Het verschil tussen het opstookprotocol en het opstartprotocol

Het verschil tussen het opstookprotocol en het opstartprotocol

Het verschil tussen het opstookprotocol en het opstartprotocol

Vloerverwarming en nieuwe vloeren gaan perfect samen, mits ze op de juiste manier in gebruik worden genomen. Toch ontstaan er in de praktijk regelmatig problemen zoals scheuren, onthechting of schade aan de vloer. Er is nog weleens sprake van verwarring bij twee begrippen die veel op elkaar lijken, maar heel iets anders betekenen: het opstookprotocol en het opstartprotocol.

In dit blog leggen we uit wat beide protocollen zijn, wanneer ze worden toegepast en waarom het verschil zo belangrijk is.

Waarom de protocollen belangrijk zijn

Een vloer bestaat in de basis uit twee lagen, de dekvloer en de vloerafwerking. Wanneer er vloerverwarming aanwezig is, zit dit verwerkt in de dekvloer. Dit is de onderlaag waarop de uiteindelijke vloer wordt aangebracht. De vloerafwerking is de zichtbare vloer, zoals bijvoorbeeld PVC, tapijt of een gietvloer.

Zowel de dekvloer als de vloerafwerking reageren op temperatuurverschillen. Verwarmen zorgt voor uitzetten, koelen zorgt voor krimpen. Als dat te snel of op het verkeerde moment gebeurt, ontstaan er spanningen in de vloeropbouw. De protocollen zijn bedoeld om schade te voorkomen, spanningen gecontroleerd op te bouwen en de levensduur van de vloer te verlengen.

Het opstookprotocol

Het opstookprotocol wordt uitgevoerd bij nieuwe dekvloeren, voordat de vloerafwerking wordt aangebracht. De vloerverwarming wordt gecontroleerd opgestookt en weer afgekoeld om de dekvloer te testen. Het wordt gebruikt om de dekvloer te laten wennen aan de thermische veranderingen van de vloerverwarming, wat de kans op scheurvorming verkleint. Ook kunnen eventuele problemen ontdekt worden voordat de eindvloer gelegd wordt.

Het protocol

Bij Van Voorst Projektendienst hanteren we het opstookprotocol van UZIN. Dit protocol wordt minimaal één keer volledig uitgevoerd voordat er een vloerbedekking of -afwerking wordt aangebracht. Dit kan, indien nodig, worden herhaald.

Belangrijk om te weten is dat een opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming uitgaat van de watertemperatuur en niet van de thermostaattemperatuur van de ruimte. Ook is het van belang dat de dekvloer ongeveer op eindsterkte is voordat het opstookprotocol wordt uitgevoerd. Cementgebonden dekvloeren moeten bijvoorbeeld minimaal 28 dagen oud zijn voordat dit protocol kan worden uitgevoerd.

  1. Start met een watertemperatuur van ongeveer 15 graden of met de huidige temperatuur als die hoger is.
  2. Verhoog de watertemperatuur elke 24 uur met 5 graden.
  3. Blijf dit doen tot de maximale temperatuur van 40 graden is bereikt.
  4. Houd deze temperatuur voor minimaal 2 dagen aan.
  5. Verlaag daarna elke 24 uur de temperatuur met 5 graden, totdat de starttemperatuur weer is bereikt.
  6. Veel moderne vloerverwarmingssystemen kunnen tegenwoordig ook koelen. Indien het systeem beschikt over een koelfunctie is het belangrijk (zeker in de zomer) dat het afkoelen wordt doorgezet totdat de minimale temperatuur op de verwarmings- en koelunit 15 graden bedraagt.
  7. Herhaal de cyclus meerdere malen, indien het vochtgehalte nog te hoog is.
  8. Meet het vochtgehalte voordat de vloerafwerking wordt aangebracht.

Goed om te weten is dat scheuren meestal niet tijdens het opwarmen ontstaan, maar tijdens het afkoelen. Daarom is de afkoelfase van het protocol minstens zo belangrijk, en vaak zelfs belangrijker dan de opwarmfase. Lees hier meer over het opstookprotocol.

Het opstartprotocol

Het opstartprotocol wordt uitgevoerd nadat de vloerafwerking is aangebracht en geldt bij ingefreesde vloerverwarming (renovatie), noppenplaten en draadstaalmatten. De vloerverwarming wordt voorzichtig en geleidelijk in gebruik genomen. Dit wordt gedaan door de temperatuur langzaam op te bouwen om schade aan de vloer, lijm of afwerking te voorkomen.

Verhoog de temperatuur van de vloerverwarming zeer geleidelijk, in kleine stappen. De oppervlaktemperatuur van de vloer mag nooit boven de 28 graden komen. Het protocol verschilt per type vloerverwarming (ingefreesd, noppenplaten of draadstaalmatten), maar het principe van rustig opbouwen is bij elk type hetzelfde.

Het protocol voor ingefreesde vloerverwarming

Ingefreesde vloerverwarming is vloerverwarming die in de bestaande vloer wordt aangebracht. Er worden sleuven in de vloer gemaakt, waarin de verwarmingsbuizen worden gelegd. Deze sleuven worden dus gefreesd in de ondergrond. Het is belangrijk om te weten dat het opstartprotocol niet kan worden uitgevoerd wanneer de verwarmingsbuizen nog niet bedekt zijn. De gefreesde gleuven moeten dus gedicht zijn. Hierna zal de vloer gemiddeld 24 uur moeten drogen, met een minimale temperatuur van 18 graden in de ruimte.

Na het drogen kan het opstartprotocol in gang worden gezet. Dit gebeurt in een periode van ongeveer 21 dagen, totdat de maximumtemperatuur is behaald. De maximumtemperatuur en de duur van het opstartprotocol kunnen verschillen per systeem en vloerafwerking, dus overleg dit met uw installateur. Tijdens dit gehele proces mag de oppervlaktemperatuur van de vloer nooit boven 28 graden komen. Mocht dit toch gebeuren, begint u direct met de afkoelcyclus om schade te voorkomen.

Het protocol voor vloerverwarming voor noppenplaten of draadstaalmatten

Vloerverwarming met noppenplaten of draadstaalmatten is een systeem waarbij de verwarmingsbuizen eerst worden vastgelegd op speciale platen of matten. Deze worden vervolgens volledig opgenomen in de dekvloer. Hierdoor vormt de vloer één massief geheel. Bij noppenplaten en draadstaalmatten wordt het opstartprotocol uitgevoerd via de thermostaat, niet door handmatig de watertemperatuur te verhogen.

Begin met een kamertemperatuur van 20 graden. Vervolgens wordt de temperatuur elke 24 uur met 1 graad verhoogd:

Dag 1: 21 graden

Dag 2: 22 graden

Dag 3: 23 graden

Enzovoorts

Dit wordt gedaan totdat de kamertemperatuur ongeveer 30 graden is. In de winter mag de thermostaat eventueel iets hoger worden ingesteld, mits de vloertemperatuur niet boven 28 graden komt.

Twee protocollen met een eigen moment en doel

Het verschil tussen het opstookprotocol en het opstartprotocol zit voornamelijk in het moment waarop ze worden toegepast en het doel dat ze hebben.

Het opstookprotocol wordt uitgevoerd vóór het aanbrengen van de vloerafwerking en is gericht op de dekvloer. Door de vloerverwarming gecontroleerd op te stoken en weer af te koelen, worden spanningen zichtbaar en wordt de dekvloer voorbereid op gebruik.

Het opstartprotocol vindt juist plaats ná het leggen van de vloerafwerking. Hierbij wordt de vloerverwarming voorzichtig in gebruik genomen. Dit wordt in stappen gedaan zodat de vloerafwerking, lijm en onderlagen rustig kunnen wennen aan de temperatuurverschillen. Hierbij staat de bescherming van de eindvloer centraal.

Beide protocollen zijn dus geen alternatief voor elkaar, maar vullen elkaar aan. Door ze op het juiste moment en de juiste manier toe te passen, verkleint u de kans op schade aanzienlijk. Heeft u nog overige vragen over het opstook- of opstartprotocol? Neem dan gerust contact met ons op. Wij adviseren u graag.